Back to Top

Waarschuwingslampjes

Waarschuwingslampjes informeren de bestuurder over storingen in de aangegeven systemen van de auto.
Je kan zoeken op kleur, omschrijving, ...

→ Laat uw auto direct controleren door een erkende Toyotadealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.


Lampje Omschrijving
Remsysteem Remsysteem
• Het remvloeistofniveau is te laag; of • Er zit een storing in het remsysteem. Dit lampje gaat ook branden als de parkeerrem niet gedeactiveerd is. Als het lampje uitgaat nadat de parkeerrem gedeactiveerd is, werkt het systeem normaal. → Breng de auto onmiddellijk op een veilige plaats tot stilstand Doorrijden met de auto kan gevaarlijk zijn.
Laadstroomcontrole Laadstroomcontrole
Geeft aan dat er een storing aanwezig is in het laadsysteem van de auto → Breng de auto onmiddellijk op een veilige plaats tot stilstand
Lage oliedruk Lage oliedruk
Geeft aan dat de motoroliedruk te laag is. → Breng de auto onmiddellijk op een veilige plaats tot stilstand
Hoge koelvloeistoftemperatuur Hoge koelvloeistoftemperatuur
Geeft aan dat de motor oververhit raakt. → Breng de auto onmiddellijk op een veilige plaats tot stilstand
Koelvloeistoftemperatuur Koelvloeistoftemperatuur
Geeft aan dat de motor nog niet op bedrijfstemperatuur is.
Motorcontrolelampje Motorcontrolelampje
Geeft aan dat er een storing is in: • Het elektronische motorregelsysteem; • De elektronische smoorklepregeling; of • Het elektronische regelsysteem Multidrive CVT (indien aanwezig)
SRS / Airbag SRS / Airbag
Geeft aan dat er een storing is in: • Het SRS-airbagsysteem; of • Het gordelspannersysteem
ABS ABS
• Het ABS; of • Het Brake Assist-systeem
Elektrische stuurbekrachtiging Elektrische stuurbekrachtiging
Geeft aan dat er een storing is in de elektrische stuurbekrachtiging (EPS)
Cruise control Cruise control
Geeft aan dat er een storing aanwezig is in het cruise controlsysteem.
Snelheidsbegrenzer Snelheidsbegrenzer
Geeft aan dat er een storing aanwezig is in het snelheidsbegrenzersysteem. Zie ook Cruise control
Traction Control Traction Control
Geeft aan dat er een storing is in: • De VSC (Vehicle Stability Control); • De TRC (Traction Control); of • De Hill Start Assist Control Het lampje gaat knipperen wanneer de VSC of TRC in werking is.
PCS PCS
Wanneer het waarschuwingslampje knippert (en een zoemer klinkt): Geeft aan dat er een storing aanwezig is in het PCS (Pre-Crash Safety-systeem) Wanneer het waarschuwingslampje brandt: Geeft aan dat het PCS (Pre-Crash Safety-systeem) tijdelijk niet beschikbaar is, mogelijk als gevolg van een van de onderstaande zaken: • Het deel van de voorruit rondom de sensor voor is vuil, beslagen of bedekt door condens, ijs, stickers, e.d. → Verwijder het vuil, de condens, het ijs, de stickers, e.d. • De temperatuur van de sensor voor ligt buiten het werkingsbereik → Wacht een tijdje totdat het gebied rondom de sensor voor voldoende is afgekoeld. Het VSC (Vehicle Stability Control-systeem) of het PCS (Pre-Crash Safety-systeem) is uitgeschakeld of beide systemen zijn uitgeschakeld. → Schakel zowel het VSC-systeem als het PCS in om het PCS in te schakelen.
Stop & Start-systeem Stop & Start-systeem
Geeft aan dat er een storing aanwezig is in het Stop & Startsysteem (Het controlelampje uitgeschakeld Stop & Start-systeem gaat branden wanneer het systeem wordt uitgeschakeld)
Brandstoffilter Brandstoffilter
Geeft aan dat er te veel water is verzameld in het brandstoffilter.
Laag Oliepeil Laag Oliepeil
Geeft aan dat het motoroliepeil laag is, maar duidt niet op een storing. → Controleer het oliepeil en vul indien nodig olie bij.
Onderhoud Onderhoud
Wanneer het lampje knippert: Geeft aan dat de motorolie moet worden ververst. (Als het indicatiesysteem voor het verversen van de motorolie niet is gereset, zal het controlelampje niet goed werken.) → Controleer de motorolie en ververs indien nodig. Na het verversen van de motorolie moet het verversingssysteem worden gereset. Als het lampje gaat branden: Geeft aan dat de motorolie moet worden ververst. Na het verversen van de motorolie en het resetten van het indicatiesysteem motorolie verversen. → Laat de motorolie en het oliefilter door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige controleren en vervangen. Na het verversen van de motorolie moet het verversingssysteem worden gereset.
Roetfiltersysteem Roetfiltersysteem
• Geeft aan dat het roetfilter gereinigd moet worden vanwege het herhaaldelijk rijden van korte afstanden en/of het rijden met lage snelheden. • Geeft aan dat de hoeveelheid afzettingen in het roetfilter een bepaalde drempel overschreden heeft. → Om het roetfilter te reinigen moet er gedurende 20 -30 minuten met de auto gereden worden met een snelheid van 65 km/h of hoger totdat het waarschuwingslampje van het roetfiltersysteem uitgaat. Zet de motor zo min mogelijk uit totdat het waarschuwingslampje van het roetfiltersysteem uitgaat. Als het niet mogelijk is te rijden met een snelheid van 65 km/h of hoger, of als het waarschuwingslampje van het roetfiltersysteem niet uitgaat ook al is er langer dan 30 minuten met de auto gereden, laat dan uw auto controleren door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Open portier / achterklep Open portier / achterklep
Geeft aan dat een van de portieren of de achterklep niet geheel gesloten is → Controleer of alle portieren en de achterklep gesloten zijn.
Smart entry-systeem met startknop Smart entry-systeem met startknop
Geeft aan dat er een storing aanwezig is in het Smart entry-systeem met startknop.
Laag brandstofniveau Laag brandstofniveau
Geeft aan dat de resterende hoeveelheid brandstof ongeveer 7,5 liter of minder is → Vul de brandstoftank.
Gordel vooraan Gordel vooraan
Waarschuwt de bestuurder en/of voorpassagier dat de veiligheidsgordel vastgemaakt dient te worden. → Doe de veiligheidsgordel om. Als er iemand op de voorpassagiersstoel zit, moet ook de veiligheidsgordel voor de voorpassagier worden vastgemaakt, zodat het waarschuwingslampje (de waarschuwingszoemer) uitgaat.
Gordel achteraan Gordel achteraan
Waarschuwt de achterpassagiers om de veiligheidsgordel om te doen. → Doe de veiligheidsgordel om.
Lage bandenspanning Lage bandenspanning
Als het lampje gaat branden: Lage bandenspanning, bijvoorbeeld door • Natuurlijke oorzaken (temperatuur) • Lekke band → Breng de banden op de juiste spanning. Na een paar minuten dooft het lampje. Laat het systeem nakijken door een erkende Toyota-dealer indien het lampje niet dooft nadat de banden op spanning zijn gebracht. Als het lampje gaat branden nadat het gedurende 1 minuut geknipperd heeft: Storing in het bandenspanningswaarschuwingssysteem → Laat het systeem controleren door een erkende Toyotadealer
Centraal waarschuwingslampje Centraal waarschuwingslampje
Een zoemer klinkt en het waarschuwingslampje gaat branden en knippert om aan te geven dat het centrale waarschuwingssysteem een storing heeft gesignaleerd. Op centrale display zal er een dan een boodschap vermeld zijn.

Hybride.be

Feiten en misvattingen over Hybride wagens

Lees meer...

Winterbanden

In Belgie zijn winterbanden niet verplicht, maar

Lees meer...

 

 

 

Als u nog graag een ontbrekent item wenst toe te voegen,
mag u ons steeds contacteren via --> deze link